Wie bij Stella op bezoek komt, heeft niet gelijk door dat ze in de bijstand zit. Het huis ruikt fris, is opgeruimd en smaakvol ingericht. Stella’s roze pantalon en zwierige blouse ogen vrolijk en verzorgd. Ze ziet eruit om door een ringetje te halen. ‘Mensen denken dat iedereen die in de bijstand zit grauw, zuur, laagopgeleid en ongezond is’, legt Stella uit. Dat eenzijdige beeld van armoede stoort haar en wil ze veranderen: ‘Als ik buiten met iemand aan de praat raak, zullen ze niet snel denken ‘die zit in de bijstand’. Toch is dat zo. Veel mensen komen onbedoeld, soms door louter pech, in deze situatie terecht. Daarom is het belangrijk de complexiteit van armoede een gezicht te geven. Armoede kan iedereen overkomen!’

In de jaren voordat Stella in de schulden belandt, wijst niks erop dat het zo mis zou kunnen gaan. Stella is regiomanager in de modebranche en heeft haar leven op orde: ‘Ik had het allemaal: een koophuis, auto, vriend, kinderen, goed salaris, laptop en mobiel. Ik kon drie keer per jaar op vakantie en hoefde nooit na te denken of ik wel of niet naar de kaasboer zou gaan’, legt ze uit. Inmiddels weet Stella dat het tij snel kan keren.

De omslag komt wanneer Stella en haar vriend in 2009 – midden in de huizencrisis – uit elkaar gaan. Stella vertrekt samen met haar twee kinderen. Ze belanden tussen wal en schip: ‘Doordat het koophuis nog deels op mijn naam stond, had ik op papier te veel bezit om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Tegelijkertijd kon ik geen woning in de vrije sector huren, want daarvoor moest ik in mijn eentje drie maanden borg ophoesten. Spaargeld had ik niet, want dat zat in het koophuis en dus bevond ik mij in een spagaat. Bij elke instantie waar ik aanklopte, liep ik tegen een muur op.’

Om toch te voorkomen dat Stella en haar kinderen dakloos worden, besluit ze een businessplan te schrijven. Hiermee hoopt ze in aanmerking te komen voor een huurwoning met bedrijfsruimte. Het plan slaagt en het zelfvertrouwen van Stella krijgt een boost: ‘Even dacht ik er zelfstandig bovenop te komen.’ Niets blijkt minder waar. Haar bedrijf in kinderschoenen blijkt weinig rendabel. En investeerders vindt ze niet. Na negen maanden moet ze toegeven dat haar ondernemersavontuur is mislukt: ‘Het was de zoveelste klap in korte tijd. Ik voelde mijn zelfvertrouwen wegsijpelen.’

Met behulp van een urgentieverklaring weet Stella uiteindelijk toch een sociale huurwoning te bemachtigen. Wanneer Stella en haar kinderen verhuisd zijn, lijkt de situatie te stabiliseren. Ze vindt zelfs opnieuw een baan in de modebranche. Toch gaat het in 2012 weer mis wanneer het bedrijf waar ze voor werkt – Bandolera – failliet gaat. Tot overmaat van ramp wordt er datzelfde jaar baarmoederhalskanker bij haar ontdekt. Zo belandt Stella via de WW in de Ziektewet. ‘Ineens kwam er een stuk minder geld binnen. Alleen de vaste lasten bleven hetzelfde. Dan is de optelsom simpel: je krijgt een stuk minder geld binnen, dan dat eruit gaat. De rekeningen stapelen zich dan snel op’, legt Stella uit.

Na twee jaar Ziektewet moet Stella weer aan het werk. Door complicaties na haar operatie voelt ze zich hier niet toe in staat. Ze vraagt een bijstandsuitkering aan. Voordat ze deze uitkering kan krijgen, moet ze nog wel regelen niet langer aansprakelijk te zijn voor haar koophuis. Stella klopt aan bij een schuldhulpverlener en vraagt om een oplossing: ‘De rechter heeft het koophuis van mijn naam afgehaald. Zo kon ik in de bijstand blijven en de schuldsanering in.’

Eenmaal in de bijstand leeft Stella met haar kinderen van vijftig euro per week: ‘Eten, kleding, sport, cadeautjes of een nieuwe fietsband, echt alles moet ik ervan betalen’. Dit is niet makkelijk: ‘Van jongs af aan hebben mijn kinderen mij rond Sinterklaas en verjaardagen met mijn handen in het haar zien zitten. Ik wist soms echt niet meer hoe ik het moest oplossen. Toch konden we er thuis vaak wel weer een feestje van maken. Een saai bord spaghetti eten, wordt toch leuk als je het met een schaar mag knippen – net als Pippi Langkous.’ Op de verjaardagen van haar kinderen kan Stella rekenen op hulp van Stichting Jarige Job – een van de organisaties aangesloten bij Samen voor alle kinderen. Zo kan ze haar kinderen toch in het zonnetje zetten: ‘In de verjaardagsbox zat echt alles wat ik nodig had voor een onvergetelijke dag: van bakspullen tot slingers en ballonnen. Er zat zelfs een traktatie in voor op school. Ik moest elke keer huilen om de blije reactie van mijn kinderen!’

Nu haar kinderen op de middelbare school zitten, wordt het nog lastiger om alles van het krappe weekbudget te betalen. ‘Pasgeleden moest mijn dochter onverwacht van school een iPad aanschaffen. Zo’n ding is veel duurder dan de 325 euro scholierenvergoeding die ik per kind ontvang. En dus moest ik op zoek naar een oplossing.’ Stichting Leergeld – een van de organisaties aangesloten bij Samen voor alle kinderen – besluit de dochter van Stella te helpen en betaalt de iPad. Ook helpen ze beide kinderen aan nieuwe fietsen. Via het Jeugdfonds Sport en Cultuur – ook aangesloten bij Samen voor alle kinderen – kunnen haar kinderen binnenkort kickboksen: ‘Het is zo fijn dat ik dit voor mijn kinderen kan aanvragen!’

Ondanks dat Stella gedwongen elk dubbeltje om moet draaien, is dit niet hetgeen wat ze het zwaarst vindt: ‘Het moeilijkste aan armoede is het gevoel dat je niet meer meedoet. Ineens hoor je volgens de samenleving niet meer bij de ‘wij’, maar bij de ‘zij’. Zij die het niet goed doen.’

Deze sociale uitsluiting en de schaamte die hieruit voortkomt, heeft grote impact op Stella: ‘Mijn eenzaamheid groeide en ik trok steeds verder in mijn schulp. Voor mijn gevoel praatten mensen niet meer met mij, maar over mij.’ Het verdriet dat hieruit voortkomt, zet Stella om in verhalen. In eerste instantie post ze deze op social media, maar al gauw wordt ze door verschillende partijen uitgenodigd om over haar ervaringen te praten. Zo ook door Stichting Leergeld.

Inmiddels is Stella uit de schulden, schrijft ze een boek over haar ervaringen en heeft ze een missie: ‘Net als iedereen die in armoede belandt, kende ik in het begin mijn weg niet. Ik had er een dagtaak aan om de juiste instanties en potjes voor mijn kinderen te vinden. Toch geloof ik dat het niet zo ingewikkeld hoeft te zijn. Zeker niet wanneer je kinderen in armoede helpt. Praat dan niet over het kind, maar praat met het kind over zijn of haar behoeftes en ga van daaruit opzoek naar creatieve oplossingen.’

Help mee